Hallo, je bent hier gekomen op zoek naar de betekenis van het woord
hoorde. In DICTIOUS vind je niet alleen alle woordenboekbetekenissen van het woord
hoorde, maar kom je ook meer te weten over de etymologie, de kenmerken en hoe je
hoorde in enkelvoud en meervoud uitspreekt. Alles wat je moet weten over het woord
hoorde is hier. De definitie van het woord
hoorde zal u helpen preciezer en correcter te zijn bij het spreken of schrijven van uw teksten. Kennis van de definitie van
hoorde, maar ook van die van andere woorden, verrijkt uw woordenschat en verschaft u meer en betere taalkundige bronnen.
hoorde
- enkelvoud verleden tijd van horen
- Ik hoorde.
- Jij hoorde.
- Hij, zij, het hoorde.
- ▸ Ik bedankte hem, trok me terug in de wc, de enige stille ruimte waar de telefoon nog bereik had, en belde mijn dochter in Nederland. Het was daar nog vroeg in de ochtend, maar gelukkig nam ze snel op. ‘Lang zal ze leven, lang zal ze leven…’ zong ik opgewekt door de telefoon, maar al snel hoorde ik ‘hallo…hallo…ik hoor niks, mam’.[1]
- ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers