onwelwillendheid

Hallo, je bent hier gekomen op zoek naar de betekenis van het woord onwelwillendheid. In DICTIOUS vind je niet alleen alle woordenboekbetekenissen van het woord onwelwillendheid, maar kom je ook meer te weten over de etymologie, de kenmerken en hoe je onwelwillendheid in enkelvoud en meervoud uitspreekt. Alles wat je moet weten over het woord onwelwillendheid is hier. De definitie van het woord onwelwillendheid zal u helpen preciezer en correcter te zijn bij het spreken of schrijven van uw teksten. Kennis van de definitie vanonwelwillendheid, maar ook van die van andere woorden, verrijkt uw woordenschat en verschaft u meer en betere taalkundige bronnen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·wel·wil·lend·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onwelwillendheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de onwelwillendheidv

  1. de mate waarin men zich verzet om de redelijke wensen van een ander in te willigen
     Een vaag instinct zei Pierre dat er achter die omhaal van woorden en die herhaalde verzoeken om de hele waarheid te zeggen een zekere onwelwillendheid van de kant van freule Marja tegen haar toekomstige schoonzuster schuilging, dat ze graag zou willen dat Pierre de keuze van vorst Andrej niet zou goedkeuren; maar Pierre zei eerder wat hij voelde dan wat hij dacht.
     Hoewel westerse onwelwillendheid, stroperige bureaucratie en Oost-Indisch dove musea de boventoon voeren in het boek, is schrijver en onderzoeker Van Beurden hoopvol. Teruggave van roofkunst lijkt de norm te worden: Frankrijk kondigde baanbrekende plannen aan, Nederland volgde en verschillende musea zijn bereid topstukken af te staan.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. “Oorlog en Vrede” (1869), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028251151
  2. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2022 Weblink bron “'We moeten gedupeerden niet de les lezen over teruggave roofkunst'” (05-06-2021), NOS