uitgieren

Hallo, je bent hier gekomen op zoek naar de betekenis van het woord uitgieren. In DICTIOUS vind je niet alleen alle woordenboekbetekenissen van het woord uitgieren, maar kom je ook meer te weten over de etymologie, de kenmerken en hoe je uitgieren in enkelvoud en meervoud uitspreekt. Alles wat je moet weten over het woord uitgieren is hier. De definitie van het woord uitgieren zal u helpen preciezer en correcter te zijn bij het spreken of schrijven van uw teksten. Kennis van de definitie vanuitgieren, maar ook van die van andere woorden, verrijkt uw woordenschat en verschaft u meer en betere taalkundige bronnen.


  • uit·gie·ren

uitgieren [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitgieren
gierde uit
uitgegierd
zwak -d volledig
  1. heel luid lachen
    • In een video is te zien hoe de twee mannen het uitgieren bij hun hilarische performance en valse noten. [2] 
    • En kijkend naar haar lichaam: „Ben je nog steeds aan het lijnen? Ik zie dat je al gestopt bent? Is je diëtiste overleden?” Samantha weet er wel raad mee. „Ik heb Sonja Bakker opgegeten”, grapt ze, waarop de twee het weer uitgieren. [3] 
84 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[4]