handeloos

Hallo, je bent hier gekomen op zoek naar de betekenis van het woord handeloos. In DICTIOUS vind je niet alleen alle woordenboekbetekenissen van het woord handeloos, maar kom je ook meer te weten over de etymologie, de kenmerken en hoe je handeloos in enkelvoud en meervoud uitspreekt. Alles wat je moet weten over het woord handeloos is hier. De definitie van het woord handeloos zal u helpen preciezer en correcter te zijn bij het spreken of schrijven van uw teksten. Kennis van de definitie vanhandeloos, maar ook van die van andere woorden, verrijkt uw woordenschat en verschaft u meer en betere taalkundige bronnen.
  • han·de·loos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen handeloos handelozer handeloost
verbogen handeloze handelozere handelooste
partitief handeloos handelozers -

handeloos

  1. geen handen hebbend
    • Had mij handeloos uit de baarmoeder gehaald: het was beter geweest! [2]
  2. (figuurlijk) niet in staat iets op een goede manier te doen
    • En dan het ‘nergens aan mogen komen,’ alsof men geheel handeloos en met een instinct om alles nu ook maar stuk te gooien en te breken in de wereld was gekomen! [3]
  • Sinds 2005 geeft de Leidraad bij de spellingvoorschriften in regel 9.A uitdrukkelijk aan dat bij afleidingen de tussenklank -e- wordt toegevoegd.[4] Tot dan kon de -en- gebruikt worden als het eerste deel werd opgevat als een meervoudsvorm.[5]
56 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[6]