shock

Hallo, je bent hier gekomen op zoek naar de betekenis van het woord shock. In DICTIOUS vind je niet alleen alle woordenboekbetekenissen van het woord shock, maar kom je ook meer te weten over de etymologie, de kenmerken en hoe je shock in enkelvoud en meervoud uitspreekt. Alles wat je moet weten over het woord shock is hier. De definitie van het woord shock zal u helpen preciezer en correcter te zijn bij het spreken of schrijven van uw teksten. Kennis van de definitie vanshock, maar ook van die van andere woorden, verrijkt uw woordenschat en verschaft u meer en betere taalkundige bronnen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • shock
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord shock shocks
verkleinwoord shockje shockjes

Zelfstandig naamwoord

de shockm

  1. (medisch) een toestand die ontstaat door acute te geringe bloedtoevoer naar weefsels door ondervulling van het slagaderlijk systeem.
    Let op, emotionele of psychologische shock heeft niets met het medische begrip shock te maken!!
    • De patiënt is in een acute shock geraakt. 
     Mijn ogen zagen dat het wonderschoon was, maar ik kon er, doordat ik nog door de storm op Mount Whitney in shock was, geen seconde van genieten.
  2. heftige emotie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
shocken

shock

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van shocken
    • Ik shock. 
  2. gebiedende wijs van shocken
    • Shock! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van shocken
    • Shock je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. shock op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be