rak

Hallo, je bent hier gekomen op zoek naar de betekenis van het woord rak. In DICTIOUS vind je niet alleen alle woordenboekbetekenissen van het woord rak, maar kom je ook meer te weten over de etymologie, de kenmerken en hoe je rak in enkelvoud en meervoud uitspreekt. Alles wat je moet weten over het woord rak is hier. De definitie van het woord rak zal u helpen preciezer en correcter te zijn bij het spreken of schrijven van uw teksten. Kennis van de definitie vanrak, maar ook van die van andere woorden, verrijkt uw woordenschat en verschaft u meer en betere taalkundige bronnen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rak
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vaarwater’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 788
enkelvoud meervoud
naamwoord rak rakken
verkleinwoord rakje rakjes

Zelfstandig naamwoord

rak o

  1. (verouderd) rek, bergplaats
  2. recht stuk vaarwater (ook in namen als Damrak en Skagerrak)
Overerving en ontlening

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • rak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

rak

  1. rek, plank, bergplaats


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • rak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord rakr
Naar frequentie 35758
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud rak rakere rakest
o enkelvoud rakt
meervoud rake
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
rake rakere rakeste

Bijvoeglijk naamwoord

rak

  1. recht, rechtstreeks

Werkwoord

rak

  1. gebiedende wijs van rake
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   rak     raket     rak     raka
rakene  
genitief   raks     rakets     raks     rakas
rakenes  

Zelfstandig naamwoord

rak

  1. wrakgoed

Zelfstandig naamwoord

rak, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van rak


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • rak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord rakr
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud rak rakare rakast
o enkelvoud rakt
meervoud rake
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
rake rakare rakaste

Bijvoeglijk naamwoord

rak

  1. recht, rechtstreeks
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   rak     raket     rak     raka  

Zelfstandig naamwoord

rak

  1. kaarsenpit
  2. wrakgoed

Zelfstandig naamwoord

rak, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van rak


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • rak
stellend vergrotend overtreffend
rak
rakare
rakast

Bijvoeglijk naamwoord

rak

  1. recht
Afgeleide begrippen